Juf Magazine: Specialisten in zorg

Foto: Wilco van Dijen Fotografie

Foto: Wilco van Dijen Fotografie

In de najaarseditie 2014 van JUF Magazine staat een interview met Liesbeth Tilanus in de rubriek Allemaal voor de klas. In deze rubriek komen drie specialisten in zorg aan het woord. Liesbeth Tilanus van Marant  vertelt over de extra hulp en aandacht die kinderen kunnen gebruiken als het gaat om dyslexie. Naast een leuk succesverhaal, tips en haar visie op de toekomst, stelt ze zichzelf de vraag of dyslexiebehandelingen ook effectief zijn als je het wetenschappelijk bekijkt. 

Naam: Liesbeth Tilanus
Leeftijd: 30 jaar
Functie: Orthopedagoog/promovendus Radboud Universiteit
Werkzaam: bij Marant in Elst en Radboud Universiteit in Nijmegen

Wat doe je voor werk?

Ik was dyslexiebehandelaar, maar ben nu promovendus aan de Radboud Universiteit. Ik richt mij op het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van de vergoede dyslexiezorg en ik werk als diagnost. Ik zie dagelijks kinderen met lees- en spellingproblemen. Als diagnost onderzoek ik kinderen en bekijk ik of de diagnose ‘dyslexie’ gesteld kan worden en hoe de problemen verklaard kunnen worden.

Wat kom je doen op school?

Als promovendus onderzoek ik kinderen zonder dyslexie. Ik bekijk bij deze groep hoe zij presteren op lees- en spellingtaken. Door de scores van deze ‘controlegroep’ te vergelijken met de scores van kinderen met dyslexie, kunnen er uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van behandelen.

Een succesverhaal

Daan verwisselde verschillende klanken. De ‘eu’ schreef hij als ‘ue’ en de ‘d’ werd de ‘b’. Maar ook tijdens het lezen lukte het hem niet om de klanken goed te benoemen, ‘boom’ werd ‘doom’. Daan voelde zich erg onzeker. Tot we ‘dikke billen’ ontdekten. Ik had Daan geleerd zijn handen voor zicht te houden met zijn duimen recht op elkaar. Zijn linkerduim was de ‘d’ van dikke en zijn rechter was de ‘b’ van billen. Hij had nu het trucje altijd bij zich. De ‘b’ en de ‘d’ verwisselt hij eigenlijk niet meer sinds hij in een zin ‘drol’ moest lezen. Daan zat ingespannen met zijn duimen tegen elkaar. Hij perste de ‘d’ er uit. Er volgde een twijfel, toen hij waarschijnlijk brol wilde lezen. Hij bekeek zijn duim en zag blijkbaar de ‘d’, want hij hield de klank aan en zei: ‘dikke (…) ddd…drol!’ Trots, maar met een klein gevoel van schaamte toen hij zich realiseerde wat hij zei, keek hij met een verlegen glimlach naar mij en zei: ‘Goed hè?’ Gevoelsmatig zijn de behandelingen effectief, de meeste kinderen laten net als Daan vooruitgang zien op het gebied van lezen en spellen. Maar mijn wetenschapshart zegt dan direct: is het ook effectief als je het op een wetenschappelijke manier bekijkt?

Hoe zie jij de toekomst?

Ik zou heel graag het gat tussen wetenschap en praktijk kleiner zien worden. Ik zou graag een bijdrage leveren aan het versterken van beide: de wetenschap begrijpelijk maken voor de praktijk, en tegelijkertijd de praktijk toetsen en daar waar mogelijk verbeteren aan de hand van wetenschappelijke studies. Ik zou evidence based zorg graag begrijpelijk willen maken door steeds weer vertaalslag te maken naar het dagelijkse werken met kinderen in de klas.

Een tip voor leerkrachten in het basisonderwijs

Zorg voor een goede afstemming met de orthopedagoog bij de behandeling van kinderen met dyslexie. Wees kritisch, stel vragen en zorg dat de hulp zo is afgestemd, dat het kind écht geholpen wordt.

(Bron: Rosendaal, L. (2014), Allemaal voor de klas: specialisten in zorg, JUF Magazine, Malmberg, najaar 2014.)

Orthopedagoog | Promovendus Radboud Universiteit | Effectonderzoek dyslexiebehandelingen | presentaties en vakbijeenkomsten over dyslexie | Marant

1 antwoord
  1. Yvonne
    Yvonne zegt:

    Wij hebben ook kindjes met dyslexie bij ons op school en het is zo belangrijk dat deze goed begeleid worden. Ik juich dit soort initiatieven enorm toe en wens haar veel succes in haar werk.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *